header_TMSD_1920x325.jpg

Twentse Monitor Sociaal Domein

Inleiding

De Twentse Monitor Sociaal Domein (TMSD) toont het gebruik van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering vanuit de Jeugdwet en huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding en individuele begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in alle Twentse gemeenten. De TMSD maakt vergelijkingen mogelijk tussen een gemeente en de regio, maar ook tussen gemeenten onderling.

Interpretatie

Voor de Twentse Monitor Sociaal Domein worden vanaf 2015 per kwartaal cijfers aangeleverd door de Twentse gemeenten. De gegevens worden met elke aanlevering completer. De cijfers kunnen hierdoor met terugwerkende kracht veranderen, omdat gegevens in een aanlevering nog kunnen ontbreken vanwege achterstand in de gemeentelijke administratie en doordat aanbieders nog gegevens over cliënten moeten aanleveren.

De website toont informatie over hele jaren. De getoonde cijfers zijn sinds juni 2021 inclusief de Hulpmiddelen & Diensten die vanuit de Wmo worden geleverd. Denk hierbij aan rolstoelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen.

De getoonde cijfers zijn exclusief alle soorten Verblijf vanuit de Wmo. Dit gaat om beschermd wonen en verschillende vormen van spoedopvang voor volwassenen. Tenslotte wordt informatie die door Kennispunt Twente niet in een categorie ingedeeld kan worden, niet getoond.

Hieronder worden de belangrijkste cijfers uit de monitor weergegeven. Daar waar mogelijk wordt een onderscheid tussen Jeugdhulp en Wmo gemaakt.

Aandeel inwoners met ondersteuning

De afgelopen jaren is er sprake van een lichte toename van het percentage inwoners in Twente met ondersteuning. In 2017 ging het om 9,3%, in 2021 heeft 9,9% van de totale bevolking in Twente ondersteuning vanuit de Wmo of Jeugdwet. 

Kijkend naar de verschillende domeinen is een veel duidelijker stijging te zien bij jeugdhulp. Het aandeel jeugdigen met jeugdhulp is gestegen van 10,6% in 2017 naar 12,7% in 2021. Het betreft het percentage jeugdigen met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen onder de 18 jaar in Twente. Tussen gemeenten is sprake van grote verschillen in het aandeel jeugdigen met jeugdhulp. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo is bijvoorbeeld de jeugdproblematiek in de stedelijke gemeenten anders dan in de plattelands-gemeenten.

Het aandeel personen met een Wmo-voorziening is in Twente de afgelopen jaren heel licht gestegen van 8,9% in 2017 naar 9,2% in 2021. Dit is het percentage ten opzichte van de volwassen inwoners vanaf 18 jaar in Twente. Ook voor de Wmo geldt dat er verschillen zijn in de percentages tussen gemeenten, waarbij de drie grote steden en de gemeente Oldenzaal het hoogste percentage inwoners met een Wmo-voorziening hebben.

Huishoudens met ondersteuning

Inwoners die tegelijkertijd op hetzelfde adres wonen worden in de TMSD gezien als een huishouden. Deze gegevens zijn beschikbaar vanaf het jaar 2018. Er zijn opvallend grote verschillen tussen gemeenten in 2021. Almelo en Twenterand hebben de meeste huishoudens met ondersteuning: beide 22,3%. In Dinkelland, Haaksbergen en Wierden is dit veel lager, namelijk 17,1%, 17,8% en 17,8%.

Wanneer specifiek naar huishoudens met jeugdhulp wordt gekeken, valt Rijssen-Holten op (6,7%). Dit komt doordat in deze gemeente relatief veel huishoudens met kinderen zijn. Naast deze gemeente is met name in Twenterand het aandeel huishoudens met jeugdhulp hoog (6,3%). In Dinkelland komt slechts bij 3,6% van de huishoudens jeugdhulp voor.

Wanneer gekeken wordt naar huishoudens met Wmo-ondersteuning, dan zien we dat ongeveer zo’n 13 tot 17% van de huishoudens Wmo-ondersteuning heeft. In Almelo zien we de meeste huishoudens met Wmo-ondersteuning (17,7%). Ook in Enschede en Hengelo is dit percentage relatief hoog (17,4% en 17,2%). Met 13,3% heeft Haaksbergen het kleinste aandeel huishoudens met Wmo-ondersteuning.

In- en uitstroom

In 2021 zijn in heel Twente 84.261 nieuwe indicaties gestart voor jeugdhulp of ondersteuning vanuit de Wmo en 67.285 indicaties zijn afgerond. Het in- en uitstroombeeld over 2018 en 2019 is nogal vertekend, omdat op 1 januari 2019 is overgegaan naar een nieuw Twents Inkoopmodel en daarvoor zijn alle indicaties (behalve voor huishoudelijke ondersteuning) opnieuw geïndiceerd.

Leeftijd en geslacht

De helft van de jeugdigen met jeugdhulp heeft de basisschoolleeftijd. Over de jaren heen zien we een stijging van jeugdhulp op deze leeftijd: in 2017 had 13,3% van de basisschoolkinderen een vorm van jeugdhulp, in 2021 is dat 15,9%.

Verder valt op dat jongens in alle leeftijdscategorieën jongens sterker vertegenwoordigd zijn in jeugdhulp dan meisjes. De verschillen worden wel kleiner naar mate kinderen ouder worden. Dit komt overeen met het landelijk beeld.

In de Wmo is de leeftijdsgroep 75 jaar en ouder in Twente het grootst. In 2021 had 40,5% van de 75-plussers een Wmo-voorziening. In de afgelopen jaren is er sprake van een daling van dit percentage. Binnen de Wmo valt het op dat mannen meer vertegenwoordigd zijn dan vrouwen in de Wmo tot hun 39ste jaar. Vanaf 40 jaar neemt het aandeel vrouwen sterk toe.

Leveringsvorm

In 2021 werd 97,9% van de hulp in Twente als Zorg in Natura (ZIN) geleverd en 2,1% via een Persoonsgebonden Budget (PGB). Binnen de Wmo is het aandeel ondersteuning middels een PGB groter dan binnen jeugdhulp, respectievelijk 2,3% en 1,5% in 2021. Er is in de afgelopen jaren een daling te zien in het percentage PGB’s, zowel bij jeugdhulp als bij Wmo. De gemeenten hebben hier specifiek op ingezet. 

Aanbieders

Jarabee is in Twente de grootste aanbieder van jeugdhulp. In 2021 gaat het om 1.757 jeugdigen en 3.270 indicaties (een jeugdige kan meerdere vormen van jeugdhulp tegelijkertijd ontvangen). Jarabee biedt specialistische jeugdhulp, waaronder ook pleegzorg valt.

Binnen de Wmo zijn Tzorg en Zorggroep Manna de grootste aanbieders, zij verlenen ondersteuning aan respectievelijk 5.521 en 5.393 personen in 2021.