header_TMSD_1920x325.jpg

Twentse Monitor Sociaal Domein

Inleiding

De Twentse Monitor Sociaal Domein (TMSD) toont het gebruik van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering vanuit de Jeugdwet en huishoudelijke ondersteuning, dagbesteding en individuele begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in alle Twentse gemeenten. De TMSD maakt vergelijkingen mogelijk tussen een gemeente en de regio, maar ook tussen gemeenten onderling.

Interpretatie

Voor de Twentse Monitor Sociaal Domein worden vanaf 2015 per kwartaal cijfers aangeleverd door de Twentse gemeenten. De gegevens worden met elke aanlevering completer. De cijfers kunnen hierdoor met terugwerkende kracht veranderen, omdat gegevens in een aanlevering nog kunnen ontbreken vanwege achterstand in de gemeentelijke administratie en doordat aanbieders nog gegevens over cliënten moeten aanleveren.

De gemeente Hof van Twente kon als gevolg van de hack in december j.l. geen nieuwe data aanleveren over inzet van jeugdhulp en Wmo. De getoonde gegevens van de gemeente Hof van Twente dateren uit oktober 2020. De getoonde gegevens van de gemeenten Borne en Twenterand dateren uit januari 2021. De cijfers zijn daardoor lager dan in werkelijkheid over een heel jaar. Dit werkt enigszins door in de totalen van Twente.

De getoonde cijfers bevatten sinds juni 2021 ook de rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen die vanuit de Wmo worden geleverd (bijvoorbeeld regiotaxi, scootmobielen, woningaanpassingen e.d.).

Hieronder worden de belangrijkste cijfers uit de monitor weergegeven. Daar waar mogelijk wordt een onderscheid tussen Jeugdhulp en Wmo gemaakt.

Aandeel inwoners met ondersteuning

De afgelopen jaren is er sprake van een lichte toename van het percentage inwoners in Twente met ondersteuning. In 2016 ging het om 9,3%, in 2020 heeft 9,5% van de totale bevolking in Twente ondersteuning vanuit de Wmo of Jeugdwet.

Kijkend naar de verschillende domeinen is een veel duidelijker stijging te zien bij jeugdhulp. Het aandeel jeugdigen met jeugdhulp is gestegen van 10,1% in 2016 naar 11,9% in 2020. Het betreft het percentage jeugdigen met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen onder de 18 jaar in Twente. Tussen gemeenten is sprake van grote verschillen in het aandeel jeugdigen met jeugdhulp. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo is bijvoorbeeld de jeugdproblematiek in de stedelijke gemeenten anders dan in de plattelands-gemeenten.

Het aandeel personen met een Wmo-voorziening is in Twente de afgelopen jaren licht gedaald: van 9,0% in 2016 naar 8,8% in 2020. Dit is het percentage ten opzichte van de volwassen inwoners vanaf 18 jaar in Twente. Ook voor de Wmo geldt dat er verschillen zijn in de percentages tussen gemeenten, waarbij de drie grote steden en de gemeente Oldenzaal het hoogste percentage inwoners met een Wmo-voorziening hebben. Bovendien is de daling vooral veroorzaakt door beleidsveranderingen ten aanzien van de inzet van rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen. Het gebruik van huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en groepsbegeleiding neemt juist toe.

Huishoudens met ondersteuning

Inwoners die tegelijkertijd op hetzelfde adres wonen worden in de TMSD gezien als een huishouden. Deze gegevens zijn beschikbaar vanaf het jaar 2018. Er zijn grote verschillen tussen gemeenten. In 2020 hebben Almelo, Twenterand en Borne de meeste huishoudens met ondersteuning: respectievelijk 21%, 20,8% en 20,4%. In Dinkelland, Wierden en Haaksbergen is dit veel lager, namelijk 16,4%, 17% en 17,2%.

Wanneer specifiek naar huishoudens met jeugdhulp wordt gekeken, valt Rijssen-Holten op (6,4%). Dit komt doordat in deze gemeente relatief veel huishoudens met kinderen zijn. Naast deze gemeente is met name in Twenterand het aandeel huishoudens met jeugdhulp hoog (5,7%). In Dinkelland komt slechts bij 3,7% van de huishoudens jeugdhulp voor.

Wanneer gekeken wordt naar huishoudens met Wmo-ondersteuning, dan zien we dat ongeveer 15% van de huishoudens Wmo-ondersteuning heeft (incl. rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen). In Almelo en Hengelo zien we de meeste huishoudens met Wmo-ondersteuning (16,7%). Ook in Oldenzaal is dit percentage relatief hoog (16,2%). Met 12,5% heeft Borne het kleinste aandeel huishoudens met Wmo-ondersteuning.

In- en uitstroom

In 2020 zijn in heel Twente 71.000 nieuwe indicaties gestart voor jeugdhulp of ondersteuning vanuit de Wmo en meer dan 87.000 indicaties zijn afgerond. Het in- en uitstroombeeld is sinds 2018 nogal vertekend, omdat op 1 januari 2019 is overgegaan naar een nieuw Twents Inkoopmodel en daarvoor zijn alle indicaties (behalve voor huishoudelijke ondersteuning) opnieuw geïndiceerd. Voor Huishoudelijke ondersteuning is dit gebeurd in 2018.

Het hoge aantal gestopte indicaties is mogelijk vertekend, doordat de cijfers voor de gemeenten Hof van Twente, Borne en Twenterand op verouderde data zijn gebaseerd. Dit werkt door in de totalen van Twente.

Leeftijd en geslacht

De helft van de jeugdigen met jeugdhulp heeft de basisschoolleeftijd. Over de jaren heen zien we een stijging van jeugdhulp op deze leeftijd: in 2016 had 12,7% van de basisschoolkinderen een vorm van jeugdhulp, in 2020 is dat 14,9%.

Verder valt op dat jongens in alle leeftijdscategorieën sterker vertegenwoordigd zijn in jeugdhulp dan meisjes. De verschillen worden wel kleiner naar mate kinderen ouder worden. Dit komt overeen met het landelijk beeld.

In de Wmo is de leeftijdsgroep 75 jaar en ouder in Twente het grootst. In 2020 had 40,7% van de 75-plussers een Wmo-voorziening. Dit percentage daalt al een aantal jaren. Dit komt met name door gewijzigd beleid ten aanzien van  de inzet van rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen. Het gebruik van huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en groepsbegeleiding neemt sinds 2019 juist toe. Binnen de Wmo valt het op dat mannen meer vertegenwoordigd zijn dan vrouwen in de Wmo tot hun 39ste jaar. Vanaf 40 jaar neemt het aandeel vrouwen sterk toe.

Leveringsvorm

In 2020 werd 96,4% van de hulp in Twente als Zorg in Natura (ZIN) geleverd en 3,6% gaat via een Persoonsgebonden Budget (PGB). Binnen de Wmo is het aandeel ondersteuning middels een PGB groter dan binnen jeugdhulp, respectievelijk 4,1% en 1,9% in 2020. Er is in de afgelopen jaren een daling te zien in het percentage PGB’s, zowel bij jeugdhulp als bij Wmo. De gemeenten hebben hier specifiek op ingezet. 

Aanbieders

Jarabee is in Twente de grootste aanbieder van jeugdhulp. In 2020 gaat het om 1.776 jeugdigen en ruim 3.500 indicaties (een jeugdige kan meerdere vormen van jeugdhulp tegelijkertijd ontvangen). Jarabee biedt specialistische jeugdhulp, waaronder ook pleegzorg valt.

Binnen de Wmo zijn Zorggroep Manna en Tzorg de grootste aanbieders, zij verlenen ondersteuning aan respectievelijk 5.289 en 5.157 personen in 2020.